Blogs
Kruiden in de Bijbel - 16-3-2026
Kruiden en specerijen spelen in de Bijbel een opvallende rol. Ze komen niet alleen voor in het dagelijks leven – als smaakmakers of geurstoffen – maar ook in de eredienst, in rituelen van heiliging en toewijding aan God.
In Exodus wordt beschreven hoe mirre, kaneel, kalmus en kassie werden gebruikt voor de samenstelling van de heilige zalfolie. Deze waardevolle ingrediënten kwamen uit verre streken zoals Arabië en Indië en waren symbolen van zuiverheid en toewijding. De geurige olie werd gebruikt om priesters en heilige voorwerpen te zalven, als teken dat ze geheel aan God behoorden.
Ook het reukwerk in de tabernakel bestond uit zorgvuldig samengestelde geurige harsen, zoals storax, galbanum en wierook. Dit reukwerk mocht niet voor gewoon gebruik worden nagemaakt; het was uitsluitend bedoeld als offergeur voor de HEERE. De opstijgende geur van het reukwerk symboliseerde de gebeden van Gods volk die tot Hem opstegen.
In het Hooglied worden kruiden en specerijen gebruikt als beelden van geestelijke schoonheid, vruchtbaarheid en genade. Namen als nardus, saffraan, wierook en kaneel staan daar niet alleen voor natuurlijke geur, maar ook voor de geestelijke vruchten die de Heere in het hart van Zijn kinderen werkt. Zoals een hof vol kruiden zijn geur verspreidt, zo verspreidt ook het hart waarin Gods genade werkt een welriekende geest van geloof, liefde en toewijding.
Zo laten kruiden in de Bijbel zowel hun praktische als hun geestelijke betekenis zien. Ze brengen ons in gedachten aan heiligheid, gebed en toewijding, maar ook aan de vreugde van het leven dicht bij God. Hun geur, eenmaal bestemd voor tempel en altaar, wijst ons vandaag nog op de heerlijke werkelijkheid dat alles wat tot eer van God wordt gedaan, voor Hem een aangename reuk is.